COVID-19 portret van Hanna (18 jaar)

Hanna

Hanna (18 jaar) is dit schooljaar (2021-2022) begonnen aan de studie technische geneeskunde in Enschede. Voor haar studie is ze vanuit Utrecht verhuisd naar een studentenkamer in Enschede. Ze traint nu voor de waterpolo in Enschede, maar voor de wedstrijden en om haar ouders te zien gaat ze in de weekenden naar ‘thuis-thuis’ in Utrecht. Ze kreeg tot twee keer toe zelf covid. Het vervelendste aan de pandemie was voor Hanna dat ze niet met haar zieke moeder meekon naar het ziekenhuis.

“Tijdens dat ik covid had was ik vooral erg moe, ik kon de trap niet oplopen zonder even te rusten in het midden.”

Aan het begin van de covid-periode vond iedereen van mijn leeftijd het geweldig!

We waren lekker twee weken vrij! Daarna werd het wel lastiger. Ik heb er persoonlijk niet zoveel last van gehad want ik heb de middelbare school vrij makkelijk afgerond, maar ik heb wel vriendinnen die ik sprak, die er wel echt heel erg last van hadden qua school. Verder mocht ik nog vrij veel. Wij speelden op hoog niveau waterpolo, dus als er ergens badwater was, waren wij degene die daar mochten. Daar heb ik niet echt veel van gemist.

Toen kreeg ik zelf covid

Ik kreeg op een gegeven moment wel zelf covid en toen had ik een maand later daar nog steeds last van. Dat was wel vervelend maar dat is ook wel weer overgegaan. Ik had echt last van mijn ademhaling. Tijdens dat ik covid had was ik vooral erg moe, ik kon de trap niet oplopen zonder even te rusten in het midden. Daarna kreeg ik gewoon echt heel weinig lucht binnen, dat was heel naar en duurde best lang. Op een gegeven moment werd het wel weer beter. Ik had er vooral veel last van tijdens sporten. Ik sportte 5 keer in de week maar dat lukte echt niet voor een tijdje. Dat was heel jammer want we mochten weer. Het heeft denk ik drie maanden geduurd. Maar afgelopen winter kreeg ik het nog een keer, die viel wel mee gelukkig. Ik was even drie dagen goed ziek maar daarna ging het wel snel weer goed.

We mochten niet met mijn moeder mee naar het ziekenhuis

Wat heel vervelend was is dat mijn moeder afgelopen zomer borstkanker heeft gekregen. Toen op een gegeven moment alles weer dicht ging mochten wij ook niet met haar mee naar het ziekenhuis. Maar toen ze echt haar borst eraf moest waren de regels er wel weer af en toen mochten we gelukkig wel naar haar toe. Met kerst kreeg ze epilepsie en toen mocht het allemaal weer niet. Ze waren gelukkig niet altijd heel streng dus mocht mijn vader toch af en toe mee. Maar dat is dan wel heel onzeker als je steeds wijzigende maatregelen hebt, kan het dan net wel of net niet.

Vrienden en sociale contacten

Op de middelbare had ik een vriendin die heel dichtbij woonde. We spraken vaak af bij haar of bij mij thuis. Ik zag ook mijn waterpoloteam nog wel en er waren een aantal vriendinnen waar ik nog mee afsprak. Je merkte wel dat je meer gefocust moest zijn op vriendschappen. Je moest er meer aan doen om ze te onderhouden. Normaal zie je elkaar op school en spreek je elkaar gezellig. Je moest wel echt het initiatief tonen en anderen moeten ook wel initiatief naar jou toe tonen. Je merkte dat de één dit meer deed dan de ander.

Kennissen

Je merkte ook dat je de kennissen mistte die je normaal af en toe sprak, maar die je niet echt een appje zou sturen om af te spreken. Toen de universiteit dichtging mistte je ook wel echt die contacten. Ik vind het leuk om hier en daar wat mensen te kennen en je kunt aan sommige contacten ook wel iets hebben. Ik ken bijvoorbeeld een paar ouderejaars, als je ze dan tegenkomt kan je ze vragen: “hee, zou je me even willen helpen? “of ”weet je nog hoe dat zat toen jij eerstejaars was?”. Dat zou je wel doen als je ze face-to-face ziet, maar je zou ze niet snel een appje sturen.

Ik zag mijn ouders en broer wel veel meer

Vóór corona zag ik mijn ouders en broer maar één keer in de week bij het avondeten, omdat ik iedere avond trainde. Toen de trainingen wegvielen had ik soms drie maaltijden op een dag met mijn ouders. Je leert hierdoor wel meer waarderen dat het ook wel leuk is om hen iets vaker te zien. Soms was het ook wel weer een beetje té veel, dan verlangde ik toch wel weer naar wat meer tijd voor mezelf.

“Toen de trainingen wegvielen had ik soms drie maaltijden op een dag met mijn ouders. Je leert hen hierdoor wel meer te waarderen.”

Quarantaine leuker in een studentenhuis

Helemaal in het begin hield ik er nog wel rekening met het aantal mensen dat bij je thuiskomt. Toen dachten we: “als we ons hieraan houden dan gaat het snel over”. Na een jaar zie je dat het niet echt snel over ging en verwaterde het een beetje. Toen ik in het studentenhuis ging wonen hield ik er helemaal geen rekening meer mee want dan zit je toch al met zoveel mensen. Toen ik daar corona had zaten we met z’n drieën in quarantaine, dat was hartstikke gezellig. Dan heb je nog gewoon je sociale contacten. Toen ik bij mijn ouders in quarantaine zat, zat ik wel echt in isolatie en sprak ik een week lang niemand.

Terug naar ‘normaal’, best even wennen

Ik merkte dat bij de overstap van covid naar nu, dat ik denk van: “wow, het is geen normaal meer dat je nu weer alles mag”. Dat is natuurlijk best wel vreemd, want vóór covid was het natuurlijk ook gewoon zo. Je hebt tijdens covid gewoon bepaalde dingen aangeleerd zoals: niet zomaar naast vreemden in de bus gaan zitten en een beetje afstand houden. In de trein moet het echt wel heel druk zijn voordat je naast iemand anders gaat zitten op zo’n tweezits. Dat is gewoon wel heel gek, dat je tijdens covid gewoon andere gewoontes aangeleerd hebt. Ook de mondkapjes in het OV en in openbare gebouwen, daar was je gewoon aan gewend geraakt. Toen het niet meer verplicht was, was het ook wel echt weer wennen. Het voelde dan vreemd als je geen mondkapje op hoefde in het OV.

“Het leuke van de adviesgroep was dat je met een andere bril leert kijken. Ze vroegen ons dan om advies over een best wel groot onderzoek.”

Stel corona komt terug, waar moeten rekening mee worden gehouden bij het opstellen van maatregelen?

Ze moeten denken aan wat haalbaar is. Er zijn best veel regels geweest die de studententijd en de middelbare schooltijd van jongeren hebben verpest. Op het sociale vlak is het vaak nog wel te overzien, maar het is echt heel lastig om steeds te switchen van online naar weer fysiek en daarna weer naar online-onderwijs. Het is verwarrend en het helpt niet. Je mist ook gewoon veel doordat sommige docenten niet zo goed overweg kunnen met online-onderwijs geven. Kleinere groepen in een ruimte is wel een goede en haalbare maatregel.

De adviesgroep

Ik had voor Stichting Alexander al eerder met een stuurgroep voor een ander project meegedaan en toen hoorde ik over deze adviesgroep. Ik vond de stuurgroep heel leuk dus leek me de adviesgroep ook wel leuk. De adviesgroep moest helaas allemaal online dat vond ik wel jammer ondanks het wel allemaal goed was geregeld. Als iets fysiek is dan heb je toch meer connectie met de groep.

Het leuke van de adviesgroep was dat je met een andere bril leert kijken. Ze vroegen ons dan om advies over een best wel groot onderzoek. Ze vroegen ons ook hoe je de uitkomsten het beste kan verspreiden. Je leert echt kijken naar hoe iets ook voor andere mensen over komt.