DREAMS is een samenwerking in de kinder- en jeugdpsychiatrie en -hulp, maar DREAMS leidt ook het COVID-consortium dat onderzoek doet naar mentale gezondheid bij kinderen en jongeren. In deze post zijn we in gesprek met dr. Lianne de Vries, onderzoeker bij het Nederlands Tweelingen Register, die recent een nieuw onderzoek uit dit consortium als preprint heeft gepubliceerd.
Wat is het COVID-consortium ook alweer?
Het COVID-consortium is een hele grote samenwerking tussen veel verschillende partners in Nederland om te kijken wat er gebeurt met de mentale gezondheid bij jongeren. Een van de partners is het Nederlands Tweelingen Register (NTR). Het NTR verzamelt al tientallen jaren systematisch veel data, dus ook al vóór de pandemie. Met data die meerdere keren is verzameld tijdens de pandemie, en ook nu ná de pandemie, kunnen we heel goed inzoomen en kijken: wat gebeurt er met de mentale gezondheid van grote groepen jongeren?
Jij werkt bij het NTR/de VU. Welke partijen doen er nog meer mee in het consortium? En met welke data werk jij?
De andere partijen zijn nog een groot cohort vanuit de KLIK-onderzoeksgroep van het Emma Kinderziekenhuis en het klinische cohort vanuit DREAMS. Bij het project dat ik nu heb gedaan, heb ik eigenlijk alle data die we hadden nogmaals bekeken, met ook de nieuwere data die we in 2024 en zelfs 2025 hebben verzameld, maar wel alleen bij de algemene populaties (NTR en KLIK). Daarin hebben we gekeken: hoe gaat het met de mentale gezondheid, op verschillende aspecten, zowel door de kinderen zelf als ook door de ouders gerapporteerd. En we hebben ook naar welbevinden gekeken, omdat welbevinden niet alleen maar het tegenovergestelde is van depressieve klachten bijvoorbeeld, maar echt een positief aspect van mentale gezondheid.
En hoe gaat het met de kinderen in Nederland?
Daar is niet één duidelijk antwoord op. Wat we zien in de patronen over tijd is dat voor sommigen een soort herstel op lijkt te treden richting hoe het vóór de pandemie was, maar voor veel andere aspecten was dat niet zo. Er was ook een groot verschil tussen wat ouders rapporteerden en de kinderen zelf rapporteerden, en ook verschillen tussen de twee cohorten. Dus de verschillen lijken heel erg af te hangen van wat je meet en aan wie je het vraagt, en dat mentale gezondheid dus niet één construct is.

Wat we concreet bijvoorbeeld vonden bij de jongeren die zelf rapporteerden was dat angstscores ongeveer gelijk zijn gebleven vergeleken met 2023, 2022 en 2021, dat boosheid juist iets hoger is in 2025, maar dat scores voor depressie lager zijn dan in 2023, maar nog wel hoger dan voor de pandemie.
Als het zo’n complex plaatje is, waar liggen dan volgens jou de volgende stappen om dit verder uit te pluizen?
In deze studie hebben we gekeken naar gemiddelden. Dus naar hele grote groepen jongeren en wat er dan verschilde, of welke patronen er waren over tijd. Maar er kunnen ook jongerenzijn die alsnog een verslechtering laten zien. Dus we willen kijken of er verschillende groepen jongeren bestaan: misschien ook groepen jongeren bij wie het wel heel goed gaat, die een heel positief patroon laten zien. Niemand is eigenlijk een echt gemiddelde persoon, dus daar kan nog veel meer op ingezoomd worden.
Daarnaast hebben we de klinische groep niet meer gemeten, dus daar willen we ook verder naar kijken, om te zien hoe het nu met hen gaat, langer na de pandemie.
Lianne’s onderzoek is hier te lezen als preprint!